|














| |
|
"Een goed
object heeft een bepaalde spanning in zich,
maar vooral een eigen identiteit"
|
Handvormen
Je
eigen handen zijn het belangrijkste gereedschap bij het boetseren. Door
de klei vorm te geven door
het met je vingers en duimen aan te drukken, te steunen en te sturen,
produceer je een uniek
'handgemaakt' voorwerp. De
opbouwtechnieken helpen je
de plasticiteit van het
materiaal te leren kennen zodat je het
effectief kunt hanteren bij het maken
van je eigen ontwerpen. Opbouwen met rollen is een
uitstekende manier om allerlei soorten vormen
en modellen te maken. Ook het opbouwen met plakken klei is een
veelzijdige manier om potten en dergelijke te maken. De plakken kunnen niet
alleen gebruikt worden voor het maken van platte stukken, maar ook tot
cilinders worden gebogen. De meeste stukken worden voor de eerste keer
rond de 950º C., (afhankelijk van de kleisoort) biscuit gebakken.
|

Modelboetseren
Voor
sommige werkstukken hebben modellen geposeerd. Of, zoals bij een
zelfportret, wordt er gewerkt vanaf foto's. Een beeld van een mensfiguur
ziet er pas goed uit als de onderlinge verhoudingen kloppen.
Wanneer de beelden dikker of groter van formaat worden, moeten ze worden
uitgehold. Uithollen maakt de beelden lichter, maar nog belangrijker is, dat
de kans op scheuren of het ontploffen van het werkstuk voorkomen wordt, als
deze uiteindelijk de oven is gaat.
|
Raku
Af en
toe stoken wij onze werkstukken ook in een Raku-oven. Een van oorsprong
traditionele Japanse stooktechniek voor keramiek. De praktijk van het
Raku-stoken bestaat hieruit, dat de werkstukken in een oven in een uurtje
worden opgestookt tot ongeveer 1000º
C. Met een tang worden de voorwerpen uit de oven gehaald en door deze enorme
temperatuurschok gaat de glazuurlaag scheuren; het typische craquelé effect
ontstaat nu. Na een tiental seconden (afhankelijk van de grootte van het
voorwerp soms tot enkele minuten) worden de werkstukken in een ton met
brandbaar materiaal (bijv. zaagsel) gezet. De ton wordt met een deksel
afgesloten, waardoor er een zuurstof tekort en rook ontstaat en de vlam
dooft. De rook dringt in de ontstane glazuurscheurtjes waardoor de craquelé
duidelijk zichtbaar wordt. Waar geen glazuur zit, wordt de klei grijs tot
zwart ingerookt. Na een half uurtje haal je de voorwerpen uit de ton, poetst
het roet er af en het eindresultaat is daar.
|
|